Inspiratie

Bewegingstussendoortjes

Bewegingstussendoortjes zijn goed om even het hoofd tijd te geven om leerstof op te slaan en ruimte te maken voor nieuwe input. Je kent ongetwijfeld zelf een heel aantal bewegingstussendoortjes en wie weet vind je hier nog extra inspiratie. 


1. Stoelendans met of zonder muziek 

Leerlingen stappen rond hun stoel. Op jouw signaal moeten ze zo snel mogelijk gaan zitten. Variatie: opdracht uitvoeren vóór ze zitten (bijv. 5 squats).

2. Spiegeloefening in duo's

In tweetallen: één leerling beweegt langzaam (armen, benen, romp), de ander spiegelt exact. Na 1 minuut wisselen.

3. Plank Battle

Wie kan het langst planken? Variatie: side plank links/rechts.

4. Rek- en Strekroutine

Snelle stretchflow: nekrollen, schouders, armen, rug, hamstrings. Rustgevend maar activerend.

5. Reactiespel "Links-Rechts"

Bij "links" springen leerlingen naar links, bij "rechts" naar rechts. Voeg extra commando's toe zoals "voor", "achter", "plank".

6. Bureau Workout

  • 15 desk push-ups
  • 20 calf raises
  • 15 lunges

7. Muziekfreeze

Speel kort een nummer af. Bewegen mag vrij. Muziek stopt = bevriezen.

8. Balansoefeningen

1 minuut op één been staan. Moeilijker: ogen dicht of armen bewegen.

9. Touwtje Springen zonder touw

Imaginair touwspringen gedurende 2 minuten. Wie kan er een andere manier bedenken om in het touw te springen? Ga elkaar nadoen.

10. Wall Sit Challenge

Tegen de muur zitten in 90°-hoek. Wie houdt het 1–2 minuten vol?

11. Lichaamsalfabet

Spel in groepjes: vorm letters met je lichaam.

12. Speed Walk Circuit

1 minuut snelwandelen in de klas, 1 minuut knieën heffen, 1 minuut zijwaarts stappen.

13. "Follow the Leader"

Eén leerling bedenkt 1 minuut lang bewegingen, de rest volgt. Daarna wisselen.

Bewegen tijdens het leren

Bewegen tijdens het leren helpt bij het focussen en houdt je hersenen ook in beweging. We lijsten een aantal mogelijkheden op. Uiteraard is niet alles in elke omstandigheid een goed idee. Dan dagen we je uit om te kijken naar hoe kan dit voor mijn leerlingen in onze school wel. 

Belangrijke noot: Niet elk kind of jongere heeft evenveel nood aan beweging. Voor sommige is het echter een voorwaarde om tot leren te kunnen komen. Wanneer ze al hun energie moeten gebruiken om hun lijf stil te houden, is er geen ruimte meer voor iets anders. Ga voor hen op zoek naar oplossingen waardoor ze kunnen bewegen, zonder dat het jou of de groep afleidt.


1. Wandelen

Laat duo's een paar rondjes wandelen door de gang of rond de speelplaats met een specifieke vraag i.v.m. de leerstof. (samenvatten, herhalen, verdiepen, probleemstelling, ...)

2. Klevende handen

Per twee tegenover elkaar, je maakt contact met de handen. Voer samen een gesprek over de leerstof, stel elkaar bijvoorbeeld vragen. Wie aan het woord is, leidt ook met de handen. 

3. Gooien met een balletje

Dit kan individueel, het omhoog gooien of laten kaatsen tegen een muur, of in duo, naar elkaar laten werpen of, zittend op de grond, rollen.

Je kan Ondertussen memoriseer je de leerstof. Denk aan formules, chemische elementen, de maal- en deeltafels, ...

4. Springen

Ter plaatse, vooruit, achteruit, benen open en toe, in een ritme, ... En ondertussen leerstof automatiseren. 

5. Schommelen

6. Op en neer wippen op een zitbal

7. Een rekker uitrekken met je handen

8. Een rekker tussen je knieën spannen en je knieën open en toe bewegen

9. Een rekker tussen de poten van de tafel spannen en met je voeten bewegen.

10. ...

Bewegend leren

Bij bewegend leren is het bewegen gekoppeld aan de inhoud van de leerstof. Dit zorgt voor een directere verankering. De leerstof wordt gekoppeld aan meerdere (zintuiglijke) ervaringen. Als je met een groep beweegt, creëer je ook een herinnering die krachtiger is. Als je er ook nog humor aan kan toevoegen of er een emotie bij gevoeld wordt, worden de hersenen optimaal gestimuleerd.

Belangrijke noot: Niet heel je les hoeft in beweging te zijn, ook niet alle lessen. Zet het liever gericht en doordacht in. Dit kan om voorkennis te activeren, nieuwe leerstof in te leiden, te automatiseren of in te oefenen, als evaluatiemoment op het einde van een les, ...

Dit zijn voorbeelden van hoe je beweging hier kan inzetten.

1. Chronologie

  • Kaartjes in een juiste volgorde aan een waslijn gaan hangen.
  • Dozen of blokken op elkaar stapelen.
  • Kaartjes in een rij hoepels leggen.

Doe dit vanuit de andere kant van het lokaal. Dit kan zowel in duo of groep als individueel.

2. Kenmerken

  • Bewegingen met eigen lichaam koppelen aan kenmerken (vb: eigenschappen vlakke figuren)
  • Het onderwerp in het midden leggen en de kenmerken in hoepels, op stapstenen, op een blad papier, ... errond (vb: eigenschappen elke klasse van dieren)

3. Determineren

  • Groot maken zodat je er letterlijk doorheen moet stappen en op het einde van de weg ergens uitkomt.
  • Hinkelpad waarbij je op het einde tussen twee mogelijkheden moet kiezen. (vb: hon-, eindigt het op een -d of een -t)

4. Concreet lesvoorbeeld

Het spijsverteringsstelsel. 

  1. Je verdeelt de klas in groepen van minimum 4. Elke groep heeft kaartjes met daarop stukjes van de weg die voedsel aflegt. (mond, slokdarm, ...)
  2. Er staan evenveel tafels op een rij als je kaartjes hebt. Op elke tafel komt één kaartje. Ze moeten in de juiste volgorde gelegd worden. Dit kan je als een estafette doen, of rustiger, één voor één een kaartje gaan leggen in volledige stilte.
  3. Als bij alle groepen de kaartjes in de juiste volgorde liggen, gaat elk groepje bij elk onderdeel een beweging bedenken die erbij hoort. Ze kunnen die individueel of als groep maken. (kauwen, peristaltische beweging, ...)
  4. De groepjes tonen hun bewegingen aan de anderen, telkens bij de juiste plek. 

Pret verzekerd!